pijl

Begrippenlijst weg- en railverkeerslawaai

Enkele begrippen en definities die gehanteerd worden bij weg- railverkeerslawaai worden hieronder toegelicht.

 

Geluidgevoelige objecten

De Wet geluidhinder biedt bescherming voor de volgende objecten:

  • woningen;
  • andere geluidgevoelige gebouwen;
  • geluidsgevoelige terreinen.

 

Andere geluidgevoelige gebouwen

In art. 1.2 lid 1 van het Besluit geluidhinder worden de volgende gebouwen aangewezen als ‘andere geluidsgevoelige gebouwen’:

  • onderwijsgebouw;
  • ziekenhuizen en verpleeghuizen;
  • verzorgingstehuizen;
  • psychiatrische inrichtingen;
  • kinderdagverblijven

De aanwijzing als ‘andere geluidgevoelige gebouwen’, zoals genoemd in art. 1.1 lid 1 onder d van Besluit geluidhinder geldt voor de volgende verblijfsruimten:

  • leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen;
  • onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen;
  • onderzoeks-, behandelings, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven;
  • ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen.

 

Alle objecten die niet onder bovenstaande categorieën zijn te scharen, zijn op basis van de Wet geluidhinder niet beschermd tegen geluidhinder.

Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder.

Geluidgevoelige terreinen

In art. 1.2 lid 2 van het Besluit geluidhinder worden de volgende objecten aangewezen als ‘geluidgevoelige terreinen’:

  • woonwagenstandplaats;
  • ligplaatsen voor woonschepen.

Geluidzone weg

De geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De zone strekt zich uit vanaf de as van de weg tot de vermelde breedte aan weerszijden van de weg. De ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone en kan variëren van 200 tot 600 m.

De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en voor 30 km/uur wegen, omdat er geen zones gelden.

Geluidzone spoor

De omvang van de geluidzone langs een spoorweg is afhankelijk van het feit of de spoorweg is aangegeven op de geluidplafondkaart of de zonekaart. De geluidzone van een spoorweg strekt zich uit vanaf de as van de spoorweg tot de breedte naast de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf.

Geluidplafondkaart (treinen)

De breedte van de zone, variërend van 100 tot 1200 m, is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond (van lager dan 56 dB tot hoger dan 74 dB) op het betrokken referentiepunt.

Zonekaart (trams)

Hierbij is de breedte van de zone langs een spoorweg onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. In de Regeling Zonekaart spoorwegen is per spoortraject de zonebreedte vastgesteld. Deze zonebreedte varieert van 25 tot maximaal 100 m.

Voorkeursgrenswaarden

Langs een weg of een spoor ligt een planologisch aandachtsgebied, de zogenaamd geluidzone. Binnen deze zone biedt de Wet geluidhinder in een aantal situaties bescherming aan geluidgevoelige bestemmingen.

Weg

Het basisbeschermingsniveau of de voorkeursgrenswaarde vanwege een weg bedraagt 48 dB voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en 53 dB voor geluidgevoelige terreinen.

Spoor

Het basisbeschermingsniveau of de voorkeursgrenswaarde vanwege een spoor bedraagt 55 dB voor woningen en geluidgevoelige terreinen en 53 dB voor andere geluidgevoelige gebouwen.

Geluidcontouren

Geluidcontouren zijn lijnen in een plat vlak op een aan te geven hoogte die punten in dat vlak waar gelijke geluidniveau’s heersen onderling verbinden. De contouren worden aangeduid met het betreffende geluidniveau.

Hogere waarde

Met een hogere waarde procedure kan het bevoegd gezag een hogere geluidbelasting (hogere waarde) toestaan dan de voorkeursgrenswaarde. Deze verhoging is mogelijk tot een maximaal toelaatbare waarde (63 dB maximaal voor wegverkeer en 68 dB maximaal voor railverkeer). De hoogte hiervan is afhankelijk van de ligging van de geluidgevoelige bestemming in binnenstedelijk of buitenstedelijk gebied.