Begrippenlijst

Enkele begrippen en definities die gehanteerd worden bij weg- en railverkeerslawaai worden hier toegelicht.
Voorkeursgrenswaarde
Langs een weg of een spoorweg ligt een planologisch aandachtsgebied, de zogenaamde geluidzone. Binnen deze zone biedt de Wet geluidhinder in een aantal situaties bescherming aan geluidgevoelige bestemmingen.

Weg
Het basisbeschermingsniveau of de voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB voor alle geluidgevoelige bestemmingen.

Rail
Het basisbeschermingsniveau of de voorkeursgrenswaarde bedraagt 53 dB voor woningen en geluidgevoelige terreinen en 55 dB voor overige geluidgevoelige bestemmingen.

Geluidcontouren
Geluidcontouren zijn lijnen in een plat vlak op een aan te geven hoogte die punten in dat vlak waar gelijke geluidniveau’s heersen onderling verbinden. De contouren worden aangeduid met het betreffende geluidniveau.

Geluidzone
Weg
De geluidzone van een weg strekt zich uit vanaf de as van de weg tot een breedte aan weerszijden van de weg die kan variëren van 200 tot 600 m, afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De ruimte boven en onder de weg behoort ook tot de zone.

Rail
De omvang van de geluidzone langs een spoorweg is afhankelijk van het feit of de spoorweg is aangegeven op de geluidplafondkaart of de zonekaart. De geluidzone van een spoorweg strekt zich uit vanaf de as van de spoorweg tot de breedte naast de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf.

Geluidplafondkaart
De breedte van de zone, variërend van 100 tot 1200 m, is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond (van lager dan 56 dB tot hoger dan 74 dB) op het betrokken referentiepunt.

Zonekaart
Hierbij is de breedte van de zone langs een spoorweg onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. In de Regeling Zonekaart spoorwegen is per spoortraject de zonebreedte vastgesteld. Deze zonebreedte varieert van 25 tot maximaal 100 m.

Geluidgevoelige bestemmingen
De Wet geluidhinder biedt bescherming voor de volgende objecten:

  • woningen
  • andere geluidgevoelige gebouwen
  • geluidgevoelige terreinen
Andere geluidgevoelige bestemmingen
In art. 1.2 lid 1 van het Besluit geluidhinder worden de volgende objecten aangewezen als ‘andere geluidgevoelige gebouwen’:

  • onderwijsgebouw
  • ziekenhuis
  • verpleeghuis
  • verzorgingstehuis
  • psychiatrische inrichting
  • kinderdagverblijf

De aanwijzing als ‘andere geluidgevoelige gebouwen’, zoals genoemd in art. 1.1 lid 1 onder d van het Besluit geluidhinder geldt voor de volgende verblijfsruimten:

  • leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen
  • onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen
  • onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven
  • ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen.

Alle objecten die niet onder bovenstaande categorieën zijn te scharen, zijn op basis van de Wet geluidhinder niet beschermd tegen geluidhinder.

Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder.

 < VorigeVolgende >